Al sinds het najaar van 2025 heeft de computerindustrie last van stijgende geheugenprijzen. Vooral RAM, dus het werkgeheugen, is enorm in prijs gestegen. Maar ook opslag in de vorm van zowel SSDs als ook HDDs en grafische kaarten worden alsmaar duurder.
De reden? De AI-boom. Overal ter wereld worden nieuwe rekencentra gebouwd om aan de stijgende vraag naar rekenkracht, waar AI zoveel van nodig heeft, te kunnen voldoen. Voor de hardwareleveranciers is het maken van hardware voor AI veel aantrekkelijker dan consumentenhardware omdat de marges zoveel groter zijn. Nvidia, de nummer 1 producent van AI hardware, heeft in 2025 een omzet van US$ 216 miljard behaald, met een brutomarge van 75%. 90% van de omzet komen uit de datacenter business, nog maar US$ 16 miljard uit wat uit de core business van Nvidia was: grafische kaarten voor gaming.
Dat voelen vooral de kleinere hardwareleveranciers die geen langdurige contracten met producenten van geheugen en opslag hebben. Het gevolg: stijgende prijzen ook voor consumenten en dalende verkoop. Daarbij zijn de tekorten niet snel te verhelpen, het bouwen van een nieuwe fabriek duurt jaren.
Maar ook de leveranciers van AI diensten hebben last van de hoge kosten. Bedrijven als OpenAI verbranden enorme hoeveelheden risicokapitaal. Exacte uitspraken worden niet gedaan, maar de schattingen zijn een verlies van US$ 8 tot 15 miljard op een omzet van 20 miljard. Niet voor niets wordt al langer over een “AI bubble” gesproken die op een gegeven moment moet barsten. De investeerders zullen ooit toch geld terug verwachten of stoppen met investeren.
OpenAI zag zich in maart genoodzaakt om te stoppen met de videogenerator Sora. Waarom is niet bekend gemaakt, behalve dat men zich meer op diensten voor zakelijke klanten wil richten, maar aannemelijk is dat de kosten voor het genereren van video’s aanzienlijk hoger zijn dan wat OpenAI ermee verdient.
Onder de diensten voor zakelijke klanten zijn het de laatste tijd vooral AI modellen die goed kunnen programmeren die in de belangstelling staan. De koploper is hierbij het bedrijf Anthropic met zijn dienst Claude Code die zich specifiek op softwareontwikkeling richt. Door de enorm toegenomen populariteit worstelt Anthropic echter met een tekort aan rekenkracht en zag zich genoodzaakt om tijdens piekuren minder rekenbudget aan gebruikers toe te kennen. Voor Nederlandse gebruikers vallen deze piekuren in de middag en kun je dus beter in de ochtend gebruik maken van Claude.
Het is nog afwachten hoe de kosten en het gebruik van AI zich verder gaan ontwikkelen. Ik persoonlijk verwacht een periode van consolidatie waarna enkele aanbieders over zullen blijven, met stijgende kosten voor het gebruik tot gevolg. Dat zou het voor gebruikers aantrekkelijker kunnen maken om open modellen op eigen hardware te draaien en daardoor ook volledige controle over de eigen gegevens te houden.
